Een harde Brexit is nog niet onafwendbaar

Als onderhandelaar namens de Europese liberalen in het Europees Parlement op het Brexit dossier, baart het me zorgen dat de onderhandelingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie op z’n zachtst gezegd stroef verlopen.  Zojuist hebben we in het Europees Parlement voor een resolutie gestemd die de voortgang van de onderhandelingen aan de kaak stelt. 

Vooral op de onderwerpen visserij en het behouden van een gelijk speelveld in de handelsrelatie tussen de EU en het VK lijkt er weinig vooruitgang geboekt. Met een naderende deadline en onderhandelingen die muurvast zitten, komen de dreiging van een harde Brexit en de nachtmerriescenario’s van kilometerslange files bij Dover en Calais opnieuw dichterbij. Zeker nu we door de huidige gezondheidscrisis al economisch in zwaar weer terecht zijn gekomen, moeten we voorkomen dat er nog een (onnodige) economische klap bijkomt. Vooral Nederland heeft als handelsland baat bij een deal. 

Afgelopen maandag gingen Ursula von der Leyen en Boris Johnson, weliswaar digitaal, aan tafel om de stand van zaken te bespreken in een poging een doorbraak te forceren. Het persbericht na afloop van de gesprekken sprak helaas boekdelen. Verder dan een gezamenlijke conclusie dat er een ‘nieuw momentum’ gevonden moet worden kwam het niet. Wel is besloten om de frequentie van onderhandelingsrondes op te schroeven in juli, zodat er de komende weken misschien dan toch schot in de zaak komt. 

Het blijft hoe dan ook een zeer ambitieuze planning. Waar de totstandkoming van het handelsverdrag tussen Japan en de EU tien jaar heeft geduurd, is voor het verdrag met het VK (op hun eigen verzoek) minder dan tien maanden uitgetrokken. Een verdrag dat bovendien anders is dan alle andere handelsverdragen die de EU ooit gesloten heeft. Waar de EU normaal gesproken met een land toewerkt naar een intensievere relatie, werken we in deze onderhandelingen aan een verdrag waarin een voormalig EU-land verder van ons af komt te staan. Het gaat hier niet alleen over handel. Het VK en de EU zijn door meer dan 600 verschillende verdragen aan elkaar verbonden. Te midden van die complexiteit probeert het VK van twee walletjes eten: hun ‘soevereiniteit terug’ én volledige toegang houden tot onze open markt. Tegelijkertijd moet er in oktober een deal op tafel liggen.

Hoewel Europese onderhandelingen meestal pas tot resultaten leiden als het vijf voor twaalf is en de kans op een deal dus nog steeds bestaat, moeten we Brexit ook in deze gezondheidscrisis niet uit het oog verliezen. Want één ding is zeker: de handelsbetrekkingen tussen de EU en het VK zullen hoe dan ook veranderen na 1 januari 2021, met of zonder een deal. Bedrijven moeten de kans krijgen zich voor te bereiden op een mogelijk harde Brexit, maar ook op een scenario waarbij er wel een deal wordt gesloten. Voor de meeste bedrijven die al andere kopzorgen hebben, geen eenvoudige klus.

Ondertussen blijven we vanuit het Europees Parlement politieke druk zetten om tot een goede deal te komen met de Britten. Geen deal waar we de Britten gratis en voor niets maximale toegang geven tot onze interne markt. Ook geen deal waar onze vissers zonder pardon hun visrechten kwijtraken. Er moet een rechtvaardige deal op tafel komen die de balans vindt tussen toegang tot onze markt en de plichten die daarbij horen, zoals regels over staatssteun aan bedrijven. Laten we de economische gevolgen van de coronacrisis niet verergeren door een (nu nog) afwendbare harde Brexit.